
![]()
50 Jaar
50 jaar Federatie van Amsterdamse Amateurstuinders
Beste tuinders,
Nog niet zo lang geleden keken de tuincomplexen hier in de Duivendrechtse polder tegen een plan aan van de gemeente
Amsterdam, waarbij de bestemming van de gronden waarop o.a. onze complexen liggen ter discussie kwam. Opeens was
het voortbestaan van de complexen onzeker geworden. Met dit laatste wordt bedoeld de introductie van het
structuurplan van de gemeente Amsterdam, dat later is teruggetrokken. Hiermee werd voorlopig ons voortbestaan voor
een aantal jaren weer verzekerd. Het terugtrekken van dit plan is overigens niet vanzelf gegaan. Er zijn acties
geweest door tuincomplexen individueel, maar ook de Bond van Volkstuinders heeft met grote inzet gepleit voor het
behoud van de tuinparken.Wij van de Federatie hebben ons solidair naast de Bond van Volkstuinders opgesteld. Met
het gezamenlijk naar buitentreden naar de plaatselijke overheden staan we sterker. Gelukkig hebben wij kunnen
constateren dat wethouder May voor het behoud van de volkstuinen was. Er is nog iets dat een bijdrage kan leveren
voor het behoud van onze complexen, namelijk moderniseren waarbij openbaarheid voorop zal moeten staan. De grond
waarop onze complexen gelegen zijn huren wij van de gemeente Amsterdam, waarmee wij de verplichting hebben het
complex goed te onderhouden. Onze complexen liggen in een gebied dat als groengebied is aangewezen, op het
grondgebied van de gemeente Ouder Amstel wat mogelijk ons voortbestaan kan verzekeren. De ervaringen van het eerste
jaren van het bestaan van de Federatie, heeft u kunnen vernemen in de korte interviews van de nog op ons complex
aanwezige pioniers. Deze vrouwen en mannen hebben de grondslag gelegd van onze huidige Federatie. Maar daar is het
niet bij gebleven.Van drie jongere pas gearriveerde tuinders, heb ik getracht hun toekomstvisie hierbij naar voren
te laten komen. Juist deze jonge tuinders zijn onze toekomst, zij zullen mogelijk de Federatie in een zo goed
mogelijk vaarwater moeten houden. Op welke wijze dit gerealiseerd zal moeten worden, zal door de huidige tuinders
inclusief de jongeren bepaald worden.
Ik hoop van harte dat dit zal lukken. Het zijn de bestuurders in het verleden en heden die ons de weg hebben
gewezen en zullen wijzen. Het zijn de tuinders die op de jaarvergadering of mogelijk op een ander tijdstip bepalen
of de gekozen weg juist is. Van af de eerste jaren van ons bestaan tot nu hebben een groot aantal bestuurders,
commissieleden en de tuinders de Federatie gemaakt wat het nu is. Laten wij dit behouden of waar mogelijk
verbeteren, waarmee wij mogelijk nog jaren voort kunnen gaan met onze grote hobby tuinieren!
Lang /Leve de Federatie van Amsterdamse Amateurtuinders !!!
Luc Pieters.
Kleine geschiedenis van de Duivendrechtsepolder.
De polder waarin ons tuincomplex gelegen is heeft een lange geschiedenis achter de rug. Eeuwenlang heeft de
Zuiderzee (nu IJsselmeer), vrij spel gehad over de gebieden rond ons complex. In de I e eeuw na het begin van de
Christelijke jaartelling verkende en beschreven de Romeinen Secundus en Tacitus o.a. het gebied rond Amsterdam als
een moerasachtig woest gebied. Toch wisten planten zich een plaats te verwerven, die weer afstierven en daar
bovenop groeide weer nieuw planten. Steeds weer kwam er nieuw plantenleven op de afgestorven plantenresten. Dit kon
zich eeuwenlang herhalen en zo werd een veenlaag gevormd, maar soppig bleef het gebied. Vanaf de middeleeuwen viel
het gebied order de heerschappij van de bisschop van Utrecht, en was er enige vorm van waterbeheer door
plaatselijke polderbesturen. Dit beheer bestond eigenlijk alleen met een poging met het beheren van het waterpeil.
In der loop der eeuwen daarna werden stukken veengrond geschikt gemaakt voor agrarisch gebruik en veeteelt.
Sinds de 16e eeuw hebben in onze regio meer dan 160 polderbesturen bestaan. De polders waren niet groter dan tussen
200 en 600 ha. Wilde men inpolderen was er toestemming nodig van de Staten van Holland. Vooral in de 17e eeuw
werden die toestemmingen (octrooien) verstrekt. In die zelfde eeuw werden windmolens in gebruik genomen, de
zogenaamde achtkantige bovenkruiers.
De werking van deze molens waren aanzienlijk verbeterd door de legendarische Jan Adriaensz. Leeghwater. Voor de
Duivendrechtsepolder maalde o.a. de molen de Zwaan aan de Ouderkerkerdijk bij Ouderkerk a.d.Amstel het water uit de
polder. Deze molen staat er nog steeds! Het overtollige water waaronder die in de Duivendrechtsepolder en andere
naburige polders werden in de boezemrivieren geloosd, zoals o.a. de Amstel. Voor de regulering van het water waren
kostbare werken nodig zoals dammen, dijken, kaden en molens. De ingelanden (de gebruikers van de polders) draaide
op voor de kosten. Daarnaast werden in de regio de hoogheemraadschappen gesticht voor het beheer en onderhoud van
de Diemerzeedijk in 1437, de zeedijk ten oosten van Muiden in 1678 en het boezemwater in Amstelland in 1525.
Om de kosten van het ontwateren door molens in de hand te houden, hebben de ingelanden van de polders in de
omgeving zich samengevoegd met de Gemeenschapspolder, de Bloemendalerpolder, polder de Ronde Hoep en de Groot
Duivendrechtsepolder. In der loop der eeuwen zijn er regelmatig conflicten geweest over het onderhoud van de
polders. Aanvankelijk waren de Staten van plan het toezicht op het onderhoud van de polders over te later aan de
schout en de schepenen van de naburige plaatsen.
Na zich stevig te hebben verzet kwam het toezicht toch bij de plaatselijke polderbesturen, want deze hadden het
grootste belang bij een goed beheer van hun eigen polders. Hoewel niet op grote Schaal is er in de
Duivendrechtsepolder turf gestoken, waardoor de verwatering weer toenam.
Volgens Van Dale is een volkstuin "een klein lapje grond, van overheidswege beschikbaar gesteld, waarop door de
stadsbewoners voeding- en siergewassen worden geteeld (voor vermaak of als bijvoeding)". Men kan zich afvragen of
deze omschrijving volledig is. In ieder geval geeft het wel het belangrijkste aspect weer, te weten "het
tuinieren". Als men een volkstuin wil huren zal men zich er dus terdege van bewust moeten zijn dat de tuin op de
eerste plaats komt. Volkstuinen is een actieve recreatie waarbij de werkzaamheden zich niet alleen beperken tot de
eigen tuin, maar zich uitstrekken tot het terrein van de gehele tuingroep. De hedendaagse volkstuin is een vrij
modern verschijnsel, maar de behoefte waaraan zijn ontstaan is toe te schrijven, is veel ouder. Het begin van de
moderne volkstuin in Amsterdam sluit direct aan op het werk van de uit 1784 daterende "Maatschappij tot het Nut van
het Algemeen". Eén van de middelen, waardoor het "Nut" de belangen van de arbeidende klasse trachtte te bevorderen,
heeft jarenlang bestaan uit tuingrondverhuring aan "werklieden en daarmee gelijk te stellen personen".
Arbeiderstuinen werden uitgegeven tegen matige huur - een noodzakelijke voorwaarde - met de bedoeling, dat de grond
door de gebruikers in hun vrije tijd zou worden bewerkt, voornamelijk voor de teelt van aardappelen en groente voor
de eigen consumptie. De uitgifte van deze tuinen had dus een economisch doel, verhoging van het gezinsinkomen van
de gebruikers, ofschoon men ook altijd wel oog heeft gehad voor andere gunstige gevolgen van het bezit van een
tuin.
50 jaar Federatie van Amsterdamse Amateurstuinders.
Samenstelling Luc Pieters
Voorwoord van de voorzitter mevrouw Dieny Gans-Deubel.
Mij is gevraagd om een voorwoord te schrijven, maar wat moet ik nog toevoegen aan de verhalen uit het verleden. Hoe
mensen met geleende spijkers van de baas, deuren van de sloop een tuincomplex hebben opgestart. Het werd een
Federatie van vrije tuinders en dat woord "vrije " staat bij mij bovenaan. Dit alles is tot stand gekomen door
mensen die hart voor de zaak hadden en hebben. Wij moeten dit natuurlijk goed bewaken, want dat zijn we verplicht
aan al onze voorgangers. We waren toch maar de eerste die elektra en telefoon hadden. Dat is niet vanzelf gegaan,
zoals ik al eens eerder heb geschreven. Als kleine zelfstandigen hebben al deze mensen het nog niet zo slecht
gedaan. Ik dank jullie daarvoor!
Ter gelegenheid van het 50 jarige jubileum van de Federatie is op verzoek van de jubileumcommissie dit boekje
samengesteld.
In het boekje kijken wij terug naar het ontstaan van de Federatie, waarbij de eerste nog aanwezige tuinders hun
medewerking hebben verleend aan korte interviews.
Deze pioniers zijn;
Mevr. C.A. Man-Masteling tuin 12 1. Mevr. J. Wardekker tuin 120.
Dhr. J. Moot tuin 36.
Mevr. en dhr. Masteling tuin 12 1. Mevr. en dhr. Hondius tuin 88.
Het zou niet juist zijn de tuinders over te slaan die de toekomst vormen van de Federatie. Een drietal nieuwe
tuinders zijn geinterviewd.
Deze nieuwe tuinders zijn;
Mevr. Margit Vos tuin 48.
Dhr. Jan Kan tuin 63.
Dhr. Mark Willugenburg tuin 198
De interviews worden afgesloten met de op ons complex nog aanwezige oudste oud voorzitter van de Federatie Charles
Gans.
Slot interview met de oudste nog op ons complex aanwezige oud voorzitter Charles Gans.
Charles, wie waren je ouders, broers of zusters en hoe ben je verder opgegroeid?
Ons gezin bestond uit vader en moeder en drie kinderen, waaronder twee oudere zusters en ik. Mijn vader was
schoenmaker en mijn moeder was diamant bewerkster, een lieve vrouw waarvan ik nog de warmte voel die zij
uitstraalde. Na de lagere school bezocht ik de ambachtschool en leerde het vak schoenmaker. Ik heb later de
schoenmakerij van mijn vader overgenomen. De schoenmakerij heb ik later aan een personeelslid overgedaan, en de
zaak bestaat nog steeds onder mijn naam. Ik ben jong getrouwd we kregen twee zonen, die nu 55 en 64 jaar zijn.
Thans ben ik zelf 85 jaar oud.
Hoe ben jij met je gezin op de Federatie terecht gekomen?
Met een vriend die ik al van mijn 8e jaar ken, ben ik op een gegeven moment meegegaan naar zijn volkstuin op het
complex Open Hof bij het dorp Sloten. Mijn vrouw lies merken dat zij wel zin had in zo'n volkstuin. Wij hebben ons
toen ingeschreven op dat complex, waarop ik een uitnodiging kreeg om bij het bestuur te komen. (Dat ging in die
tijd zo.) Er werd mij toen gevraagd of ik verstand had van tuinieren. Mijn antwoord was, ik heb geen verstand van
tuinieren, wel van bloemen vooral als ze in een vaas staan! Ook werd mij gevraagd of ik voor andere iets wilde
doen, daarop antwoordde ik, geen probleem als zij tenminste ook voor mij wat doen! Begrijp mij wel, ik had toen
helemaal niet zo'n trek in een tuin, maar mijn vrouw wel! Ik had n.l. nog een zeer druk bedrijf, wat inhield dat ik
alleen op zondag tijd had om in een tuin te gaan werken. Mijn antwoord aan het bestuur van Open Hof viel niet in
goede aarde en werd dan ook prompt afgewezen! God zij dank!! Nu wil het geval dat onze buurvrouw mevr. Vrijbergen
een tuin bezat hier op de Federatie. Bij het aanbreken van het weekend ging mijn buurvrouw naar haar tuin en wij
naar onze caravan in Doorn. Zij was in 15 minuten op haar tuin en wij na in een file te hebben gestaan, soms na 2
uur op de plaats van bestemming. Dit laatste was voor ons de reden, dat wij ons hebben inschreven voor een tuin op
de Federatie. Nadat dat wij een tuin toegewezen kregen op de Dianalaan, hebben wij onze caravan verkocht. Ik wist
nog steeds niets van tuinieren.
Hoe ben jij in het bestuur terecht gekomen?
Ik zat ongeveer een jaar op de tuin, toe ik in gesprek raakt met de nu nog aanwezige tuinders Jan Hondius die
bestuurslid was en Dirk Nieuwkoop. Zo tussen neus en lippen door, vertelde ze dat de voorzitter dhr. Peelen na 14
jaar zou aftreden. Zij vroegen mij of ik voorzitter wilde worden, omdat ik na hun mening een goede babbel had. Mijn
antwoord hierop was ik zal er over denken, als je er maar niet verwacht dat ik het ook 14 jaar zal doen. Het zijn
18 jaren geworden! Dit kan alleen als je goede mede bestuurders hebt, waarvan ik geen namen wil noemen, bang dat ik
iemand vergeet!
Had jij bestuurservaring?
Ja, ik was al jaren voorzitter van een biljartvereniging die ik samen met Jan van Dort heb opgericht. Waar ik wel
met trots aan terug denk met betrekking tot de Federatie, is het laten aanleggen van elektriciteit en telefoon.
Hierbij werd ik sterk gesteund door Henk Gelders, Ap van Broekhuijsen en administratief heeft Gerda Otten zeer veel
werk moeten verstouwen. Voordat elektriciteit was aangelegd gebruikten wij aggregaten, die lawaai en stank
veroorzaakten. De beslissing om elektriciteit en telefoon aan te leggen is met een grote meerderheid van stemmen
door de leden gekozen. Daar zijn heftige discussies aan vooraf gegaan. We hadden aan drie elektrabedrijven om een
offerte gevraagd. Een van deze drie was het laagste in de prijs, en omdat het een vriend van mij was, wilde hij het
ook financieren tegen een zeer lage rente. Hier ben toch wel trots op. Op de andere complexen zijn ze nu nog aan
het praten, terwijl wij al ongeveer 18 jaren elektriciteit hebben. Wel hebben wij de statuten aangepast, door op
zon en feestdagen te verbieden elektrische apparaten te gebruiken. Het gebruik van aggregaten werd geheel verboden.
Waren er vroeger contacten met andere complexen die in deze polder liggen?
Ja, we hadden vroeger een brandplaats, waar door alle complexen tuinafval kon worden verbrand. Vooral met Ons
Lustoord hadden wij nauwe contacten. Een voorbeeld hierbij is, toen het clubgebouw van Ons Lustoord was afgebrand,
hebben wij toen ons clubgebouw beschikbaar gesteld voor de activiteiten van Ons Lustoord. Sportdagen en Sint
Nicolaas feesten zijn vaak gemeenschappelijk gevierd, zoals dit nu nog steeds plaatsvindt. Maar als het om
zeggenschap van ons eigen bezit gaat, dan moeten wij baas in eigen huis blijven. Willen wij een brug of wat dan
ook, dan komt die er. Onze leden zijn capabel genoeg om samen te beslissen. Daar ben ik als voorzitter en mijn
medebestuurders altijd van uit gegaan.
Hoe waren vroeger de contacten met de plaatselijke overheden, ging dat ook via de bond van Volkstuinders zo als het
nu gaat?
Nee, als voorzitter onderhield ik die contacten zelf of een ander lid van ons bestuur. Die contacten bestonden met
de gemeenten Ouder Amstel en Amsterdam Groenvoorziening en de provincie. Jammer dat dit uit handen is gegeven.
Tot slot hoe kwam het dat je zo lang in het bestuur gezeten?
Dit kwam omdat ik heb kunnen samenwerken met goede medebestuurders, wat belangrijk is voor de belangenbehartiging
van de Federatie en onze hobby tuinieren. Toen ik 71 jaar was vond ik het wel genoeg. Zelf dacht ik toen er moet
een jongere voorzitter komen, want als ik me weer herkiesbaar stel zit ik hier met mijn 100e jaar nog!
Charles, hartelijke dank voor je medewerking aan dit slotinterview, in verband met het 50 jarige bestaan van onze
Federatie.
Tuinpark Federatie Verbindingsweg 3, 1099 DA Amsterdam.
Postbus 94284-1090GG Amsterdam.
Voor de autonavigatie: 1099DA Amsterdam.
Klik hier voor een kaart.