Bouwreglement

Bouwcommissievoorschriften van de Federatie van Amsterdamse amateur-tuinders

Artikel 1
De bouwcommissie wordt op een ledenvergadering gekozen volgens art. 15 der statuten en bestaat uit minimaal 3 leden, welke toezicht houden op:
Het oprichten, wijzigen, onderhoud en het gebruik van bouwsels, op de door de Gemeente Amsterdam te verhuren volkstuincomplexen.

Artikel 2
Onder bouwsel wordt verstaan, een tuinhuis bestemd of ingericht voor het verblijf van mensen; een kweekkas; schuur; kist voor gereedschap; pergola; tuinhek; e.d.

Artikel 3
De door de ledenvergadering benoemde bouwcommissie houdt toezicht op de bouw, verbouw, verplaatsing en onderhoud van huisjes, kassen en andere bouwsels, welke moeten voldoen aan de bepalingen van de gemeente Amsterdam en Ouder Amstel, plus de door het bestuur uitgegeven of uit te geven voorschriften.
Bij het ter verkoop aanbieden van opstallen stellen zij een rapport samen van de staat van onderhoud, dit nog gesteund door een rapport van een beëdigd makelaar taxateur. (Zie verder regeling verkoop huisjes in art. 13 Huishoudelijk Reglement)
Het een en ander wordt later aan de aspirant kopers ter inzage gesteld.
Algemene Bouwvoorschriften

Algemene Bouwvoorschriften

Artikel 4

  1. Het is verboden, zonder vergunning van de bouwcommissie, bouwsels op te
    richten of te wijzigen Het bouwen of verbouwen van huisjes en/of kassen en/of schuren is geoorloofd nadat een bouwvergunning hiervoor, uitgegeven door de gemeente Ouder-Amstel, is ontvangen en de legeskosten zijn voldaan. Uit oogpunt van tuinieren is het toegestaan een kas en een schuur te plaatsen, mits de gezamenlijke oppervlakte niet groter is dan 12 m2. Deze kas moet onbeschilderd zijn, geen opslagplaats zijn en moet zichtbaar dienst doen als planten- en of kweekkas. Verder gelden alle voorschriften.
    Om in het bezit te komen van deze vergunning moet een bouwaanvrage en een bouwtekening worden ingediend bij de bouwcommissie.
    Nadat de bouwcommissie en de dienst der Publieke Werken der Gemeente deze tekening voor akkoord hebben getekend, mag met het bouwen worden begonnen.
  2. Bouwsels, welke worden opgericht of gewijzigd, zonder dat de daarvoor
    genoemde bouwvergunning is verstrekt, zullen moeten verwijderd. De huurder
    van de tuin zal hierover per aangetekend schrijven door het bestuur in kennis
    worden gesteld.
    Indien de huurder van de tuin hieraan geen gevolg geeft zal het bouwsel voor
    zijn rekening en risico worden verwijderd.
  3. De tekening moet gemaakt worden in een verhouding van 1 : 50, uitsluitend op
    verenigingstekenpapier, dit is bij de bouwcommissie verkrijgbaar en moet bevatten; een platte grond van de indeling, alle zijaanzichten met daarbij vermeld de hoofdmaten. Tevens moet de tekening een situatieschets bevatten, in een verhouding van 1 : 200 van de plaatsing van het object op de tuin. Door de Federatie zal zorg gedragen worden voor het kopiëren in drievoud vande tekening.
    Eén exemplaar voor de Gemeente;
    Eén exemplaar voor de bouwcommissie;
    Een exemplaar voor het betrokken lid.
    Eventuele kosten zullen in rekening gebracht worden.
  4. Bouwsels mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn opgericht. Voorschriften waaraan bouwsels moeten voldoen

Artikel 5

Bij het maken van een tekening moet met de volgende voorschriften rekening worden gehouden.

Tuinhuisjes

  1. Het geheel moet opgetrokken worden van hout of weerbestendig materiaal.
    Indien gewenst mag een stenen onderbouw gemetseld worden met een
    maximum hoogte van 80 cm. Boven de vloer. Een geheel stenen opbouw is niet toegestaan.
  2. De totale oppervlakte van een huisje mag niet meer, inclusie veranda, serre, etc. bedragen dan 28 m2.
    De verhouding tussen lengte en breedte van een tuinhuis moet zodanig zijn dat het geheel past binnen een vierkant met zijden van 6 meter.
  3. De huisjes mogen alleen een begane grond en een vliering bevatten, op welke laatste niet geslapen mag worden.
  4. De bovenkant van de vloer moet tenminste 20 cm. En mag ten hoogste 30 cm. boven het aangrenzende terrein zijn gelegen.
    Alleen bij de toepassing van een gewapende betonplaat mag deze afmeting worden verminderd tot 15 cm.
  5. Het tuinhuis mag nergens dichter dan 2.50 m. bij de grens van het tuinperceel worden gebouwd, met dien verstande dat waar de grens door een sloot wordt gevormd, deze afstand ten minste 3.50 m. uit de waterlijn moet zijn maar zodanig dat de achterrooilijn van de tuintjes op een lijn liggen/komen.
  6. De goot of boeiinghoogte mag niet meer bedragen dan 2.50 m. boven het aangrenzende terrein
  7. De nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3.25 m. gemeten vanaf de bovenkant vloer.
  8. De vrije hoogte van de vertrekken moet tenminste 2.20 m bedragen.
  9. De helling van een dakvlak moet een verhouding van 1 : 3 gemaakt worden.
  10. Het maken van rookkanalen is alleen toegestaan als omschreven onder; schoorstenen.
    Gevelontluchting is toegestaan.
  11.  De ontluchting/afvoer van een geiser moet uitsluitend via gevelontluchting gemaakt worden.
  12.  In elk vertrek moet een buitendeur of een naar buiten draaiend vluchtraam, van voldoende afmetingen, niet hoger dan 80 cm. boven de vloer, ter ontkoming bij brand, aanwezig zijn.
    Bovendorpels van raam- en deurkozijnen in de gevel moeten op één hoogte liggen.
    Per slaapplaats moet tenminste 4 m3 inhoud beschikbaar zijn.
  13. De huisjes moeten voorzien zijn van een goed afsluitbaar toilet,welke niet los
    van de huisjes mag worden geplaatst of aan de huisjes worden aan of
    uitgebouwd. Het toilet mag niet van buitenaf bereikbaar zijn.
  14.  Een aanwezige doucheruimte moet zijn voorzien van een deugdelijke ventilatie of raam.
  15.  In de onmiddellijke nabijheid van kooktoestellen moeten de wanden bestaan uitbrandwerend materiaal.
  16.  De huisjes mogen niet in een kleur geschilderd worden die het landschappelijk
    schoon schaadt.
  17.  Het geheel moet voldoen aan redelijke eisen van constructie en voldoende
    waarborg bieden tegen de hinder van vocht en tocht.
  18.  Het lichtdoorlatend muuroppervlak moet tenminste 17% van de vloeroppervlakte bedragen en het ventilerend oppervlak tenminste 5%.
  19. De plaatsbepaling van bouwsels moet geschieden in overleg met de
    bouwcommissie.
  20. Een ieder is verplicht om er zorg voor te dragen dat, gerekend vanaf het
    moment van aanvang, het te bouwen object, althans aan de buitenzijde, binnen eén jaar
    voltooid is.
  21. Een ieder, die een “sloophuis”aanvaardt, is verplicht om er zorg voor te
    dragen,dat het te slopen object binnen 6 maanden gesloopt is en dat de sloopmaterialen
    op legale wijze en volgens de richtlijnen van de betreffende gemeente worden
    afgevoerd. De kosten die hiermee gemoeid zijn, komen voor rekening van de koper.
  22. Afdakjes boven de deur zijn toegestaan, tenzij aan de volgende maten wordt voldaan, maximaal 50 cm. uit de gevel, breedte van de deur plus 10 cm. aan weerszijde. De te gebruiken materialen uitsluitend in overleg met de bouwcommissie.
  23. De afvoer van het toilet moet worden aangesloten op een septictank van tenminste 1m3 inhoud en vervolgens lozen op een zinkput van voldoende afmetingen. Deze zinkput wordt geplaatst op een afstand van tenminste 0,5 m. uit de aangrenzende tuin of laan en 3 m. uit de sloot.
  24.  Afvoeren van gootstenen moeten rechtstreeks aangesloten worden op een zinkput.
    Afvoeren rechtstreeks of via een put naar de sloot zijn verboden.
  25.  Ieder lid is verplicht een septictank te hebben.
  26.  De putten moeten door een stevig deksel luchtdicht worden afgesloten.
    Bij het niet goed functioneren van de putten en voor het lozen van afvalwater
    rechtstreeks op de sloot wordt een administratiebedrag van € 50,00 opgelegd.

Broei - of kweekkassen

Artikel 6

  1. 1. De vrije afstand tussen een kas en de grens van het tuinperceel moet tenminste 0,50 m. bedragen.
  2. De vrije afstand tussen kas en tuinhuis moet tenminste 1 m. bedragen. Deze
    tussenruimte mag op generlei wijze worden overdekt.
  3.  De vloeroppervlakte van een kas mag nooit meer dan 12 m2. zijn.
    De lengte mag niet meer dan 4 m. bedragen en de hoogte niet meer dan 2,50 m., gemeten vanaf de kruin van het langs de tuin gelegen pad. Het dak mag maximaal 25cm. oversteken.
  4.  Een kweekkas mag alleen bestaan uit een houten of aluminium geraamte en glas en een borstwering van max. 0.80 m. steen.
  5.  De afstand tussen de kas en de sloot moet minimaal 3,50 m. bedragen, gemeten vanuit de waterlijn.

Schoeiingen

Artikel 7

Bij het maken van schoeiingen dient men dient men rekening te houden met de bodemgesteldheid d.w.z de te gebruiken palen moeten een lengte hebben van 1,75 m tot 2 m. wil men verzekerd zijn van een degelijke afscheiding. De hoogte van de schoeiiing is bepaald op 25 cm. boven de waterlijn, daar deze hoogte wisselend is, kan men de hoogte meten op hetzelfde moment aan de middelsingel. De schoeiing dient aan te sluiten aan de aangrenzende
schoeiingen.

Schuur

Artikel 8

  1. Een schuur mag slechts bestaan uit een begane grond verdieping en mag slechts als bergplaats benut worden. Het dak mag een puntdak of platdak zijn.
  2. Het uitwendige grondoppervlak mag niet meer bedragen dan 6 m2 waarbij de grootste lengte niet meer dan 3 m mag bedragen.
  3. Het overstek van het dak moet minimaal 0,20 m zijn en mag maximaal 0.30 m
    bedragen.
  4. Bij een puntdak mag de hoogte tussen het hoogste punt en de bovenkant vloer niet meer bedragen dan 2,40 m. Bij een platdak mag dit niet meer bedragen dan 2,25 m.
  5. Bij een puntdak mag de hoogte tussen onderkant puntdak en bovenkant vloer niet meer dan 1,90 m bedragen, gemeten langs de opgaande buitenwand. Bij een plaatdak mag deze hoogte niet meer bedragen dan 2,15 m.
  6. In beide zijgevels moeten ramen zijn aangebracht. De afmetingen van deze ramen mogen niet groter zijn dan 0,30 m X 0,50 m. De afstand tussen vloer en onderklant raam moet minimaal 1,30 m. bedragen.
  7. De afstand tussen een schuur en het tuinhuis moet minimaal 1 m bedragen en deze ruimte mag niet worden overdekt.
  8. Een schuur mag een stenen borstwering van maximaal 0,50 m hebben en moet verder geheel uit hout of weerbestendig materiaal bestaan.
  9. Een schuur mag nergens dichter bij de grens van een tuinperceel worden gebouwd dan0,50 m met dien verstande daar waar de
  10. Bij plaatsing van de schuur naast het tuinhuis moeten de achterrooilijnen gelijk
    liggen.
  11. Een schuur mag ook bestaan uit een bouwpakket van een tuin – of bouwleverancier, mits dit aan de oppervlakte voldoet. Ontheffing van de punten 9 en 10 is mogelijk via de Bouwcommissie.

Pergola’s

Artikel 9

  1. Onder een pergola wordt verstaan een open bouwwerk, bestaande uit pijlers en een
    open dak latwerk, hetwelk men door planten kan laten begroeien.
  2. De afstand tussen een pergola en een sloot mag niet minder dan 2 m. bedragen, gemeten vanuit de waterlijn.
  3. De hoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 m. gemeten van de kruin van het pad dat langs de tuin loopt.
  4. De grootste lengte van een pergola mag niet meer bedragen dan 5 m.
  5. De grootste breedte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2 m.

Gereedschap- en Gaskist

Artikel 10

  1. Een gereedschapskist mag niet hoger zijn dan 0,80 m, gemeten vanuit het maaiveld, niet breder dan 60 cm en langer dan 2,50 meter.
  2. Alleen in overleg met de bouwcommissie kan na goedkeuring een gereedschapskist tegen het tuinhuis worden geplaatst. Gasflessen dienen opgeborgen te worden in een gaskist. De kist mag maximaal 4 gasflessen bevatten. De maximale hoogte is 80 cm, de breedte 60 cm en de lengte 120 cm. Er mogen geen losse gasflessen op de tuin worden geplaatst.

Schoorstenen

Artikel 11

  1. Het maken van een schoorsteen is toegestaan indien deze van brandveilig materiaal wordt opgetrokken.
  2. De schoorsteen mag niet meer dan 0.20 m2 buiten het tuinhuis uitsteken. Het
    rookkanaal niet meer dan 0.30 m boven het dakbeschot.
  3. Als brandstof mogen uitsluitend propaangas/butagas of olie worden gebruikt.
  4. Op de tekening moet de plaats, constructie en de inrichting van de schoorsteen worden aangegeven.
  5. Bij de doorvoer van de kachel naar de schoorsteen zal bij een houten wand, van een dubbelwandige pijp gebruik gemaakt moeten worden.
  6. Het spreekt vanzelf dat iedere aanvraag voor een schoorsteen op zichzelf wordt beoordeeld, daar het niet mogelijk is, voor elk geval een vaste regel te stellen.Het plaatsen van een schoorsteen dient bij voorkeur te geschieden aan de achterkant vanhet tuinhuis en de omgeving niet te ontsieren.

Houten tussenscheiding

Artikel 12

Om een vergunning te verkrijgen tot het bouwen van een houten tussenscheiding tussen twee huisjes moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. De tussenscheiding moet zijn vervaardigd van hout.
  2. Niet hoger dan 2.00 meter
  3. Moet twee meter uit de slootkant staan en aan de voorkant niet voorbij het huisjes uitsteken.
  4. Mag uitsluitend op eigen grond staan.
  5. Geen overlast veroorzaken of kan gaan veroorzaken aan de buren.
  6. Moet van zodanige constructie zijn dat het geen gevaar oplevert.
  7. Mag uitsluitend geplaatst worden in overleg met de Bouwcommissie, wiens advies in deze bindend is.
  8. De Bouwcommissie verstrekt op aanvraag een vergunningsformulier.

 

Algemeen

Artikel 13

  1. Een bouwsel moet in voldoende staat van onderhoud worden gehouden en mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid en/of gezondheid.
  2. Indien het bouwsel naar het oordeel van de Bouwcommissie niet voldoet aan de in deze voorschriften gestelde eisen, moet daaraan de door de commissie voorgeschreven voorzieningen worden getroffen binnen een door het bestuur gestelde termijn.
  3. De nodig geachte voorzieningen en de termijn worden bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de huurder. Indien deze aan de aanschrijving geen gevolg geeft, zal de betreffende bepaling van art.8 der Statuten van toepassing zijn.
  4. De totale oppervlakte bebouwing en de verharding in de vorm van (sier) bestrating, broeibakken e.d mag niet meer bedragen dan 50% van het tuinoppervlak.
    De tuin mag niet zichtbaar worden afgedekt door worteldoek ,folie enz.
  5. Met waterlijn ( slootkant ) wordt bedoeld de sloot achter de tuinhuisjes.
  6. Voor adviezen en/of vragen kunt U altijd bij de bouwcommissie terecht.
    .

    Septictank

    Een Septictank is een: BIOLOGISCHE PUT: die wordt toegepast in een rioolstelsel wanneer niet kan lozen op het gemeenteriool.

Omdat fecaliën niet op open water (sloten e.d ) mogen worden geloosd, moet dit onderdeel van de riolering apart worden aangesloten op een Septictank.

De biologische werking van de Septictank ontstaat door de lange weg die de vaste stoffen in de put moeten afleggen. Dit heeft tot gevolg dat er in een Septictank een drietal schotten zijn gemaakt.

De gassen ontstaan door omzetting van de vaste stoffen, hierdoor vormt zich op de bodem een sliblaag en op de vloeistof een laag schuim, deze schuimlaag moet onaangetast blijven en voor een goede werking van de Septictank mogen dan ook beslist geen andere onderdelen van het rioolstelsel in de put worden ingevoerd.

Zelfs reiniging van de closetpot met bijtende middelen kan deze werking verstoren.

Daarom mag op de Septictank alleen het toilet worden aangesloten, de uitlaat wordt verbonden met een te maken stapelput, samen met het al eerder besproken huishoudelijk afvalwater.

Voorts wijzen wij erop dat het plaatsen van een tank het best kan gebeuren door een ter zake kundig iemand.