Geschiedenis van de Federatie

Het jubileumboek 50 Jaar Federatie van Amsterdamse Amateurtuinders werd uitgegeven in het jubileumjaar 2005. Hieronder een aantal passages hieruit.

Interview met Dhr J Hondius .

Jan, jij bent vanaf het begin als bestuurslid daadwerkelijk bezig geweest met de beginorganisatie van de Federatie, kan jij mij vertellen wat dat allemaal inhield?

Toen het tuincomplex Ons Genoegen waar ik al op 26 jarige leeftijd als secretaris in het bestuur zat, aan de Spaklerweg plaats moest maken voor bedrijven. was er geen vervangende grond beschikbaar, ik werkte in die tijd op de tram bij het GVB en raakte in gesprek met een inspecteur van de GVB, over het verdwijnen van ons tuincomplex Ons Genoegen. Van hem vernam ik dat tuincomplexen aan de Amstelveenseweg die aangesloten waren bij de Bond van Volkstuinders eveneens moesten verdwijnen. Voor deze tuinen was grond beschikbaar gekomen. Onder deze verdwijnende tuingroepen waren er ook die niet aangesloten waren bij de Bond. Deze tuingroepen hadden het voornemen zich te verenigen in een Federatie. Die Federatie zou bestaan uit een hoofdbestuur, een ledenraad en zelfstandige besturen van de tuingroepen. De mogelijkheid tot het verkrijgen van grond zou dan groter zijn. De Federatie schreef een brief naar het gemeentebestuur, om in aanmerking te kunnen komen voor grond. Het antwoord op de brief was, dat er geen grond beschikbaar was. Wij van Ons Genoegen kwamen er achter dat in de Duivendrechtsepolder voor ongeveer 1000 tuinen grond geschikt werd gemaakt.,

Deze gronden waren bestemd voor de tuingroepen die aangesloten waren bij de bond. Ons Genoegen besloot op de jaarvergadering bij een meerderheid van 60 % voor en 40% tegen zich aan te sluiten bij de Bond van Volkstuinders. Binnen de Federatie was men hierover teleurgesteld. Daarbij moet men bedenken, dat in die tijd tussen de Federatie en de Bond van volkstuinders geen goede contacten bestonden. Toen Ons Genoegen zich bij de bond ging aanmelden, werd ons direct medegedeeld dat wij niet in aanmerking komen voor grond.

Hoe ging dat toen verder?

De meeste tuinders van Ons Genoegen wilde weer opnieuw beginnen. Om een tweede mogelijkheid te scheppen, hebben wij van toen contact gezocht met de landelijke Volkstuinbond. Ook deze bond kon ons niet aan grond helpen. Nu waren wij er achter gekomen, dat een vrije tuingroep contact had gelegd met leden in de gemeenteraad. Door dit contact was er uiteindelijk grond bij Sloten beschikbaar gekomen. Nu wilde het geval dat op Ons Genoegen een propagandist van de Partij v.d. Arbeid zat, namelijk dhr. GMA. van Westerhenen. Hij schreef een brief naar de raadsleden de heren Boetie en Herfst. Deze heren adviseerde ons een brief te schrijven naar wethouder van ‘t Hul.

Op deze brief kregen wij een uitnodiging om op het stadhuis te komen praten. Na de voor Ons Genoegen teleurstellende ervaring bij de Bond van Volkstuinders en de landelijke bond, besloten we de Federatie in te lichten dat wij voor een gesprek waren uitgenodigd bij de wethouder. Wij verzochten de Federatie om Ons Genoegen in hun vereniging op te nemen, en aanwezig te zijn bij ons bezoek aan de Wethouder. Hierop is de Federatie ingegaan. Met de Federatie bestuurders Bosnia, Boer en Klarenbeek en bestuurders van Ons Genoegen gingen we naar de Wethouder. Door de Wethouder werd voor Ons Genoegen grond in het vooruitzicht gesteld voor ongeveer 110 tuinen, waar nu Nieuw Vredelust ligt. Nadat Ons Genoegen aan de Wethouder kenbaar maakte met de Federatie verder te willen gaan; was de beschikbare grond voor 110 tuinen onvoldoende. Na verloop van tijd kregen wij na goedkeuring van de gemeenteraad, grond voor 210 tuinen in de Duivendrechtsepolder. Deze grond bleek achteraf bedoeld te zijn voor Ons Lustoord.

Geruime tijd was de verhouding tussen bond en de Federatie niet goed. Als men dit nu achteraf bekijkt is dit wel begrijpelijk. Zelfs de media bemoeide zich hiermee en sprak er schande van dat grond ontnomen was van de bondstuinen. De tuingroepen die in de Federatie werden opgenomen waren, de Vrije Tuinders, TOP, Tennispark, Ons Genoegen, Amstelhof, Teeltlust, Streven naar beter, Bille en later Spaarnwouderdijk en tuinders die op particuliere grond tuinen hadden en daar ook weg moesten.

Waar komt je belangstelling voor het tuinieren vandaan?

Een oom en een tante hadden een tuin aan de Ringdijk in Amsterdam en daar ging ik wel eens kijken. Toch kwam mijn belangstelling voor het kweken van groente en (of) aardappelen bij mijn grootvader vandaan. Hij woonde in Apeldoorn en had daar een stuk grond waarop hij het een en ander teelde. Daar leerde ik het kweken en oogsten van groente en aardappelen, die nadat ze waren geoogst in de sloot werden gewassen!

Jan, hoe ben jij en je vrouw bij het voormalige complex Ons Genoegen aan een tuin gekomen?

Omdat ik ongeregelde diensten had bij het GVB, beschikte ik overdag nogal eens over vrije tijd. Mijn buurman dhr. Joon had een tuin op het toenmalige complex Ons Genoegen aan de Spaklerweg. Via hem ben ik daar aan een tuin gekomen. Een leuk verhaal misschien nog, dat toen Ons Genoegen werd opgeheven een tuinder dhr. Knol mee overging naar de Federatie. De dochter van deze Knol heeft de vlag van de Federatie ontworpen, ik vraag mij af of er nog tuinders zijn die dit nog weten?

Hoe zag de locatie er uit waar de Federatie is gekomen?

Er was niets, het was weiland waar de koeien van boer Lambert van der Vaart nog op graasden. De oude complexen moesten totaal ontruimd worden er mocht niets blijven staan. Ons Genoegen kreeg aan de andere zijde van de Buitensingel een strook grond, waar het afgebroken hout van de huisjes, fruitbomen en planten gedeponeerd kon worden. Overal zaten labels aan van de eigenaren. Over de singel werd door enkele oudere tuinders van Ons Genoegen een houten loopbrug gemaakt, waarover wij het toegewezen complex met onze spullen konden bereiken. Later toen het complex ingericht was is de brug weer afgebroken. De andere oude complexen konden hun spullen opslaan op de plek waar nu het speelveld is. Op het complex waren met paaltjes en heggen de tuinen aangegeven, bovendien stonden op deze plekken boompjes in het hart van de tuin. Vanuit het hart moest het huisje gebouwd worden.

Je nam zitting in het eerste bestuur van de Federatie op het nieuwe complex.

Wat voor een functie kreeg je?

Bij de oprichting werd ik 2e penningmeester, daarna ben ik 1e penningmeester geweest, totaal zeven jaren. Ik ben afgetreden wegens een ernstig verschil van mening binnen het bestuur. Sinds het begin van de Federatie heb ik hier nog steeds de tuin, waarop ik allerlei groenten en fruit kweek. Het andere gedeelte is siertuin.

jan, bedankt voor je uitgebreide uiteenzetting over het ontstaan van de Federatie. Zo'n 50 jaar hebben de mensen op ons complex al plezier beleefd aan het tuinieren, o.a. dank zij jouw inzet. Ik hoop van harte dat dit nog lang zal mogen voortduren.

Een foto van het allereerste begin van de Federatie; braakliggend terrein veranderen in een mooi tuinpark.

Interview met mevr. Man.

Mevrouw, ik probeer mij voor te stellen hoe het terrein waar nu de Federatie ligt, er uit zag toen u met uw man voor het eerst kwamen kijken. Kunt u dat omschrijven?

Het was een kale vlakte waar met heggen aangegeven was waar de toekomstige tuinen aangelegd konden worden. Op elke stuk grond stond aan de slootkant een boompje. Voor de rest stond er niets, geen bank, geen keet of schuurtje geen toiletten. Alles moest nog aanlegt worden. Septictanken waren er nog niet men moest voor het toilet een put graven met een deksel, die regelmatig geleegd moest worden

Er werd streng gecontroleerd of je niet op de sloot loosde. Later werden er septictanken geplaatst die mijn vader Steef Visser nog voor ons en aantal andere tuinders heeft aangelegd. Wel was er op het complex voor drinkwater gezorgd, doordat er een aantal kranen waren geplaatst waar je met een emmer water kon halen! De met heggen afgebakende grond waren verschillend van oppervlakte. Er was voor de nieuw komende tuinders een volstrekte vrije keuze. Rondom het complex liepen nog koeien in het weiland. Het eerste wat wij deden was de boel omspitten en bemesten. Er zaten om het complex heen nog veeboeren. Om onze tuin te bemesten haalde mijn man de mest vanaf het weiland, verser kon het niet. Wij hadden een tuin vrijwel direct naast die van onze ouders en mijn broer, die hier nog steeds een tuin heeft.

Was dit uw eerste tuin?

Nee, mijn ouders en wij hadden een tuin bij de Amstelveenseweg. Dat complex heette de Vrije Tuinders. Daar moesten we weg voor de stadsuitbreiding. Wat we mee konden nemen namen wij mee. Hierbij moet men wel rekening houden dat we in een tijd leefde dat we het niet breed hadden, we waren ons land nog aan het opbouwen zo'n negen jaar na de tweede wereldoorlog. We zaten op een paar straattegels ons brood te eten, het was echt pionieren.

Waarom namen u en uw man weer een tuin? Er moest toch weer helemaal opnieuw begonnen worden?

We waren nog jong en bovendien hield mijn man van tuinieren. Belangrijk was ook dat de kinderen heerlijk buiten konden zijn, ze zijn opgegroeid op en met de tuin. Langzamerhand begonnen we te bouwen aan een tuinhuis van 2e hands hout, die met een gehuurde bakfiets werd opgehaald. Om aan te geven in wat voor een tijd wij leefde, mijn vader trok oude spijkers uit het hout en sloeg deze met een hamer recht om ze weer te gebruiken. Auto's hadden we nog niet. Alles ging als je dat bezat op de fiets met fietstassen en de kinderen achterop.

Wat heel belangrijk was, er bestond een grote samenwerking onder de nieuwe tuinders. Er werd vaak niet over betalen gesproken we ruilden onder elkaar. Zo kwamen we aan onze spullen, die we nodig hadden om de tuin op te bouwen. Wat voor huur wij moesten betalen in het begin weet ik niet meer, maar ik heb nog wel een schrijven van 1960 toen we totaal Fl. 32,02 betaalde. Op enkele uitzondering na ging ieder jaar het bedrag omhoog. Wat mij bijgebleven is dat na de beginjaren de huisjes verschenen en een clubhuis gebouwd werd.

Voor de kinderen werd veel georganiseerd. Ook mijn kinderen hebben daaraan deelgenomen. Er werd o.a. gewandeld en voor de ouderen werden bloemschikken en het maken van stukjes van eigen geoogst fruit georganiseerd. Jo Wardekker heeft zich vanaf het begin daarmee lang beziggehouden en daarbij een grote bijdrage geleverd. De voorzitter van de Federatie was in het begin geloof ik dhr. Peelen die later door dhr. Gans werd opgevolgd. Na het overlijden van mijn man in 1991 heb ik de tuin aangehouden, en doe het onderhoud van de tuin nog zelf. lk spit de tuin zelf nog om en wil dit ook zelf, ondanks dat ik een goed contact heb met mijn zoon en dochter. lk heb alleen hulp nodig om het water 's-winters af te sluiten, omdat de deksel van de put waarin de kranen zitten voor mij te zwaar is om te verwijderen.

Mevrouw Man bedankt voor uw medewerking met het geven van een indruk van de eerste jaren van het bestaan van de Federatie.

De aanbouw van de eerste huisjes