Tuinreglement

Tuincommissie voorschriften van de
Federatie van de Amsterdamse Amateur-tuinders

De Tuincommissie wordt op een ledenvergadering gekozen volgens artikel 15 der Statuten en bestaat uit minimaal 3 leden,
welke toezicht houden op het algemeen onderhoud en verfraaiing van het complex.
De Tuincommissie roept de daarvoor beschikbare leden op voor het verrichten van het verplichte algemeen werk.
Artikel 1
Ter instandhouding van de slootkant moet men zich aan de
volgende regels houden:

  1. Indien men gras wenst, moet dit kort gehouden worden. Voor het maaien van het gras aan de slootkant moeten
    aan de grenzen van de tuin twee planken in de sloot (in de breedte) aangebracht worden, zodat het gras voor de eigen
    tuin in de sloot blijft, direct na het maaien moet het gras en daarna de planken verwijderd worden.
  2. De slootkant moet onkruidvrij gehouden worden. De slootkant mag alleen worden afgedekt met natuurlijke
    materialen, zoals haksel, cacaodoppen, etc.
  3. Indien men de slootkant wil beplanten mag dit uitsluitend gedaan worden met zodenvormende gewassen,
    deze mogen de hoogte van 20 cm niet overschrijden. Aanplant hoger dan 20 cm mag men niet binnen 1 meter uit de sloot
    aanbrengen, inclusie de uitgroei. De slootkant dient ten alle tijden bereikbaar te zijn.
  4. Ieder lid is verplicht een schoeiing te hebben. (Zie voor uitvoering bouwvoorschriften)

Artikel 2
De haag aan de voorkant moet 70 cm hoog zijn.
Tevens bestaat de mogelijkheid:

  1. Deze haag te verwijderen en deze te vervangen door stoepbanden. Het aanleggen van deze stoepranden is voor
    rekening van de betreffende tuinder.
  2. Het aanleggen van stoepranden kan alleen in overleg met de tuincommissie i.v.m. uniformiteit.
    De stoepranden dienen een afmeting te hebben van 5 x 15 x 100 cm. De stoepranden dienen 5 cm boven het
    maaiveld uit te steken.
  3. Indien de haag verwijderd wordt en stoepranden worden aangelegd, mag op eigen grond, 20 cm binnen de
    stoepranden, een gaasafrastering geplaatst worden. De gaasafrastering dient groen van kleur en 60 cm
    hoog te zijn. Voor de uniformiteit dient bij de keuze van het gaas de tuincommissie geraadpleegd worden.
  4. Het blijft wel mogelijk om achter de stoepranden, in een eigen tuin, hagen te plaatsen.
    De eventuele hagen tussen de tuinen mag 70 cm hoog zijn. Een haag tussen twee huisjes mag 2 meter hoog zijn.

Artikel 3
In verband met gevaar voor kinderen mag, aan de slootkant van de tuin, een afrastering gemaakt worden van gaas of een
haag, ter hoogte van maximaal 1 meter.
De afstand van de sloot moet ook minstens 1 meter zijn, een en ander in overleg met de Tuincommissie.

Artikel 4
Iedere tuin moet voorzien zijn van een deugdelijk hek met tuinnummer, welk naar binnen opendraait. De breedte bedraagt
1 meter inclusief de palen en de hoogte bedraagt 70 cm. Er dient tevens een ordentelijke brievenbus aanwezig te.

Artikel 5
Ieder lid is verplicht half pad en half sloot, grenzend aan zijn/haar tuin te onderhouden.
Het pad kan middels een milieuvriendelijk onkruidbestrijdend middel onkruid vrij gehouden worden.
Het onkruid bestrijden middels schoffelen is toegestaan, mits dat het pad niet schaadt.
Voor de bewoners van de tuinen aan de Dianalaan en de Planetenlaan geldt tevens, dat zij per huis verantwoordelijk zijn
voor het aldaar gelegen stuk grasperk. Dit valt niet onder algemeen werk.
Voor de bewoners van de tuinen aan de midden- en buitensingel geldt dat zij het gehele pad tot aan de grasstrook
dienen te onderhouden.
Het baggeren van de sloten wordt door het bestuur opgedragen aan derden en wordt door de penningmeester in rekening
gebracht op de jaarnota.

Artikel 6
Gelet op de vrije doorgang van werkverkeer, ambulance, brandweer etc. is het verboden om overhangende en
belemmerende begroeiing buiten de tuingrenzen te hebben.

Artikel 7
Wildgroei
Bij de verkoop van een tuin met te hoge of te veel bomen kan door het bestuur bepaald worden, dat deze gerooid of getopt
moeten worden. Bedoeld worden hoge coniferen en dergelijke.
Deze hebben een breed, niet diep groeiend wortelstelsel en waaien makkelijk om bij storm.
Het bestuur bepaalt in overleg met de Tuincommissie naar alle redelijkheid hoe de betaling van het rooien verdeeld wordt.
In bestaande situaties worden andere niet gevaarlijke bomen hiervan uitgezonderd.

De Tuincommissie zal, in overleg met de leden, er naar streven om in de toekomst de boomhoogte op ongeveer 7 meter te
brengen/houden.. Zij zullen de leden adviseren om jonge bomen tijdig te toppen of te knotten om wildgroei te
voorkomen en geen hooggroeiende bomen meer te planten.

Artikel 8
Taxatie
Taxatie van de beplanting wordt vastgesteld volgens een vaste prijslijst indicatie. De prijslijst ligt ter inzage bij de
Tuincommissie en het Bestuur.
De prijslijst kan op de algemene ledenvergadering naar behoeven worden aangepast.

Artikel 9

  1. Buiten de verplichtingen van voorgaande artikelen, dient een lid zijn tuin zodanig te onderhouden, dat deze niet
    verwaarloost of overlast veroorzaakt voor de aangrenzende tuinen.
  2. Zodra de tuincommissie slecht of geen onderhoud van een tuin constateert, waardoor de tuin dreigt te verwaarlozen
    of overlast kan gaan veroorzaken, stelt zij het betreffende lid en het Bestuur hiervan schriftelijk in kennis. In deze schriftelijke
    kennisgeving vermeldt de Tuincommissie waaruit het achterstallig onderhoud bestaat en geeft tevens een termijn
    van maximaal 14 dagen aan, waarbinnen het onderhoud alsnog uitgevoerd dient te worden.
  3. Mocht het onderhoud niet binnen de gestelde termijn zijn uitgevoerd, wordt het bestuur door de tuincommissie
    hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Door het bestuur wordt het betreffende lid en de tuincommissie voor de tweede keer
    schriftelijk in kennis gesteld en dit gaat vergezeld van € 25,00 administratiekosten.  In de tweede schriftelijke kennisgeving
    wordt door het bestuur tevens een laatste termijn van maximaal 14 dagen vastgelegd, waarbinnen het achterstallig
    onderhoud dient te zijn uitgevoerd.
  4. Mocht het achterstallig onderhoud niet binnen de tweede termijn zijn verricht en/of de opgelegde
    administratiekosten niet binnen deze termijn zijn betaald, zal het betreffende lid door het Bestuur schriftelijk worden
    voorgedragen voor vervallen verklaring ingevolge artikel 8 van de Statuten.
  5. Na constatering ingevolge lid 2 van dit artikel kan het lid bezwaar aantekenen bij de Tuincommissie en/of Bestuur.
    Mochten er gegronde redenen aanwezig zijn, dit ter beoordeling van de Tuincommissie en/of Bestuur, zal aan de uitvoering van
    lid 3 en 4 van dit artikel geen gevolg worden gegeven. Wel zal in overleg met de Tuincommissie naar mogelijkheden gezocht
    moeten worden om het achterstallig onderhoud binnen redelijke termijn uit te voeren.